BESTUURDER AANSPRAKELIJK VOOR NIET BETAALDE PENSIOENPREMIES

BRIDGE | NIEUWSBERICHT MAART 2019

Een groot aantal van de Nederlandse rechtspersonen is bij wet verplicht om deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds. Bij het onbetaald laten van pensioenpremies, kan het pensioenfonds de bestuurder onder bepaalde voorwaarden hoofdelijk aansprakelijk stellen. Zo bleek ook uit de zaak waarin het gerechtshof Arnhem begin dit jaar uitspraak deed. In deze procedure vorderde het bedrijfstakpensioenfonds veroordeling van de toenmalige bestuurder tot betaling van pensioenpremies a € 12.936,75, vermeerderd met kosten en rente. Hoewel de kantonrechter deze vordering vorig jaar nog afwees, zou hier volgens het hof miskend zijn dat de bestuurder ingevolge artikel 23 Bpf 2000 wel degelijk aansprakelijk is (1). Het ging hier om de voormalig echtgenote van de bestuurder. Hoewel zij voor zijn beide firma’s werkzaam was, zijn er sinds 1996 nooit pensioenpremies of werknemersbijdragen afgedragen. Feit dat de vennootschappen toen al financieel aan de grond zaten en inmiddels ontbonden en failliet zijn, doet hier niets aan af.

Verplichte mededeling van betalingsonmacht

Als uitgangspunt geldt dat enkel de vennootschap aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit niet nakoming of het plegen van een onrechtmatige daad. Een bestuurder kan daarentegen onder bepaalde voorwaarden evenwel aansprakelijk zijn. Een rechtspersoon die niet in staat is de pensioenpremies te betalen, is verplicht hiervan een zogenaamde ‘mededeling van betalingsonmacht’ te doen (2). Indien de rechtspersoon aan deze verplichting voldoet, bestaat bestuurdersaansprakelijkheid enkel indien aannemelijk is dat dit niet betalen het gevolg zou zijn van een (aan hem te wijten) onbehoorlijke bestuursvoering in de drie jaar voorafgaande aan het tijdstip van de mededeling. In bovengenoemd voorbeeld verklaarde de bestuurder te begrijpen dat het niet juist was om iemand af te melden bij het bedrijfstakpensioenfonds, terwijl diegene daar wel werkzaam bleef. Hoewel betalingsonmacht kwam vast te staan, werd in strijd met artikel 23 Bpf 2000 namens beide BV’s nooit een mededeling van betalingsonmacht gedaan. De bestuurder is volgens het gerechtshof dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele pensioenschuld. Hij kon immers niet aannemelijk maken dat het achterwege blijven van deze melding niet aan hem te wijten zou zijn.

De lange arm van bedrijfstakpensioenfondsen

In andere jurisprudentie werd overigens eveneens bevestigd, dat niet alleen de (voormalig) formeel in het handelsregister ingeschreven bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld. De lange arm van het bedrijfstakpensioenfonds reikt namelijk nog iets verder (3). Ook personen van wie aannemelijk is dat zij het beleid van de rechtspersoon (mede) hebben bepaald ‘als ware zij bestuurder’, kunnen onder de reikwijdte van de aansprakelijkheidsstelling vallen.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over bestuurdersaansprakelijkheid of heeft u vragen na het lezen van dit artikel? Neem dan contact met ons op via 085-7600700 of info@bridge-economy.nl. Wij helpen u graag verder. U kunt ook onderstaand contactformulier gebruiken.


(1) Artikel 23 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (2) Artikel 23 lid 2 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (3) Visscher, M.H., ‘Bestuurdersaansprakelijkheid bij pensioenschulden: de lange arm van het bedrijfstakpensioenfonds’ TvOB 2013, nr. 2, p. 51-65