Werkgevers opgelet! Het tweedaagse kraamverlof is vervangen door het flink verruimde geboorteverlof

Allicht heeft u de ‘WIEG’ al voorbij horen komen. Door deze ‘Wet invoering Extra Geboorteverlof’, krijgen ouders na de komst van een baby meer tijd samen met hun kind. Maar wat verandert er nu precies voor u en uw medewerkers en hoe wordt deze uitbreiding gefinancierd?

Per 1 januari 2019 is, naar aanleiding van de zogenaamde WIEG, de Wet Arbeid en Zorg aangepast. Onder bepaalde voorwaarden wordt de duur van het verlof bestemd voor de partner of echtgenoot van de moeder flink verruimd. Het kabinet wil op deze manier de arbeidsparticipatie van vrouwen bevorderen en een meer evenwichtige verdeling van arbeids- en zorgtaken tussen partners bereiken.

Van tweedaags naar tweedelig

Met de komst van de WIEG wordt het huidige tweedaagse ‘kraamverlof’ vervangen door ‘geboorteverlof’ en voortaan zal dit verlof uit twee delen bestaan.

Het verlof bestaat uit een onvoorwaardelijke periode die gelijk staat aan de wekelijkse arbeidsduur. Iedere medewerker die meer dan twee dagen per week werkt, gaat er dus op vooruit. Een medewerker mag deze dagen naar eigen inzicht opnemen. Aaneengesloten of gefaseerd, zolang het maar wordt gedaan binnen vier weken na de bevalling.

Indien deze eenmalige periode reeds is opgenomen krijgt een medewerker binnen zes maanden na de bevalling nog eens de gelegenheid om aanvullend verlof op te nemen. Dit gaat om vijf maal de wekelijkse arbeidsduur en deze periode kan dus oplopen tot vijf weken. Een werkgever mag dit ‘aanvullend geboorteverlof’ enkel na overleg en wegens zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang anders inroosteren. Deze uitzondering betreft niet het verlof zelf, maar alleen de wijze waarop het wordt opgenomen.

Overigens wordt door de WIEG het adoptie- en pleegverlof ook verruimd van vier naar zes weken, te rekenen vanaf vier weken voor de komst van het kind. Dit recht op verlof geldt voor beide adoptie- of pleegzorgouders.

Mooi initiatief, maar op welke wijze wordt dit alles gefinancierd?

Bij de financiering van beide periodes is aansluiting gezocht bij de huidige systematiek van loondoorbetaling. Dit houdt in dat bij het onvoorwaardelijke geboorteverlof het recht op een volledige loondoorbetaling geldt. De werkgever zorgt dus voor de financiering. Voor het aanvullend geboorteverlof geldt een recht ter hoogte van 70% van het dagloon. Via de zogenaamde Aof-premie worden de kosten hiervoor collectief door werkgevers gedragen en regelt het UWV de financiering. Ten slotte heeft een medewerker in geval van adoptie- of pleegzorgverlof geen recht op salaris, maar wel op een ‘WAZO adoptie- of pleegzorguitkering’ welke gelijk is aan het dagloon. Deze uitkering kunt u als werkgever aanvragen bij het UWV.

De ingangsdatum van het geboorte-, adoptie- en pleegzorgverlof ligt op 1 januari 2019. Indien er sprake is van reeds bestaande CAO- of OR-afspraken aangaande dit kraamverlof, dan gaan deze regelingen voor totdat een CAO verloopt (maar uiterlijk tot 1 juli 2019). Voor het aanvullend geboorteverlof zal 1 juli 2020 de ingangsdatum zijn.

Vragen?

Voor meer informatie en advies kunt u bellen naar 085-7600700 of een mail sturen naar info@bridge-economy.nl

 

Start typing and press Enter to search

NIEUWSBRIEF

Op de hoogte blijven van het nieuws van Bridge? Schrijf u dan nu in.
INSCHRIJVEN
U kunt zich op elk moment weer afmelden.